Dit keer had ik me beter voorbereid.
Ik had me laten informeren door mijn 'dormmate' over het bestaan van de Xi Shan (Western Hills), had de Lonely Planet uit de 'bibliotheek' in het hostel doorgebladerd, en de receptionist in het Chinees laten opschrijven: "Wilt u het zeggen wanneer we bij deze halte zijn?" Ook had ik netjes laten opschrijven welke bussen ik moest nemen naar het Dianchi meer en had ik goedkope brandstof ingeslagen bij de supermarkt (size: Bijenkorf). En dan het allerbeste: ochtendzon in mijn nek.
'Sony2' (lees: mp3-speler) doet me gelukzalig voelen. Mozzart, Amos Lee en Telepopmusik door al mijn lichaamcellen. De chauffeur roept blij "OK!" wanneer ik hem mijn verzoek laat lezen. De bus is propvol, ik laat me over een oma hangen, met mijn arm tegen het raam. Het drukke stadsleven maakt langzaam plaats voor lege vlaktes.
Dan stormen we met tientallen de bus uit. We zijn er. "Welcome to Haigan Park."
Huh?
Eerst kaartje kopen, 8 yuan. Ja maar, ik wil de heuvels in en die zie ik pas een aantal kilometers in de verte. Das dan 70, zo laat de chagrijnige kaartjesverkoopster me zien. Met de kabelbaan. Hm. "Can I walk?", en ik maak een lopende beweging met mijn vingers. Ja, 8 yuan dan. Vooruit, en ik treed binnen in het picknickwalhalla van de Chineze toerist. Ik zie jonge stelletjes, middelbare scholieren en families. Ze spelen spelletjes, maken foto's en eten. Eten veel. Maar het meer ligt er vredig bij. De heuvels op de achtergrond in een heiige lucht. Met stevige pas loop ik door, want die heuvel lijkt me nogal ver. In vijf minuten ben ik het 8 yuan-park door en vraag ik me af waarvoor ik dan in hemelsnaam voor betaald heb, maar gelukkig kan ik er aan de andere kant uit en loop ik over de autoweg richting de heuvel die toch best hoog en stijl is wanneer ik bij de voet aankom.
Ik wil naar de top. "She wants to move" (N.E.R.D).
Het zweet op mijn voorhoofd en op mijn rug. Mijn tas snijdend op mijn schouder. En ik ga hoger en hoger, het uitzicht op het meer maakt me onverwoestbaar. Mijn blaren van gister voel ik niet meer. Ik ben in China.
Oh ja, ik ben in China. Weg stilte. Opeens marktkraampjes, groepen toeristen en minibusjes. En het is overal entree betalen. Een mannetje aan de weg: "Where yu flom?!" Het duurt even voordat ik doorheb wat hij me vraagt. Wanneer ik antwoord, roept hij lachend: "Aaah Amsterdam!" Heel goed meneer, en wij houden van gratis. Dus geen entree betalen voor een pagode die ik al van een afstand heb gezien, en toch verder naar boven via een ander stijl pad. En op een rots, ergens op de top, kom ik tot rust. Een brede glimlach. Yes! Dit kan ik!
En zingend daal ik af, lach ik vriendelijk naar mijn medetoerist, betaal ik 10 yuan aan een hysterisch vrouwtje dat me naar beneden rijdt en zoek ik geduldig naar een juiste persoon die me de bus kan wijzen. Een jongen en een meisje bieden me aan om ze te volgen. Want dat is makkelijker dan Engels praten en ze moeten toch mijn kant op. Doodvermoeid maar voldaan keer ik terug in het hostel.
Dus zo gaat het hier: ronddolen, handen- en voetenwerk, vreemde dingen eten, allergische reacties (natuurlijk, want je weet nooit of er iets van pinda's of noten in zit), glimlachen, gevolgd worden maar ook zelf volgen want mensen hier willen je graag veilig naar je bestemming leiden, foto's schieten, de beelden tot je laten doordringen want op de foto is het toch nooit zoals je het ziet, in het zonnetje zitten. In het hostel je ervaringen delen en routes uitstippelen. Ik voel me vrij en machtig, zoals bovenop de heuvel.
Vanavond de nachttrein naar Dali om te fietsen, dan naar Lijang om in de bergen te hiken, tot slot Yangshuo waarvan men zegt dat dat het beste van China is. We zullen zien..! Ik kijk in ieder geval ook al uit naar Vietnam want daar zal Jasper me drie weken vergezellen. Want een beetje romantiek mag natuurlijk ook niet ontbreken aan zo'n grote reis! ![]()
Liefs en kusjes





Een voorspoedige reis gewenst haha
Dikke kus
Sessie